Close

Column – De onbekende

’Het heet een loopduin. Het loopt naar het noordoosten.’ We stonden in de Sahara, dat is althans wat het beeld oproept van het stuifduin op Buizerdvlak, ergens tussen Bergen aan Zee en Schoorl. Onder het gezag van een boswachter, barstend van kennis onder de groene pet, sjokte ik voor onze lokale zender door het zand voor informatieve content. Hij wees naar de hooggelegen duintoppen: ‘Kijk, de overwegende windrichting is zuidwest, storm doet het landschap continu veranderen. Zoals het oorspronkelijk deed. We geven de natuur hier een zetje en willen haar niet in toom houden.’

Die ochtend waren we bij bezoekerscentrum de Schaapskooi bijeen gekomen, waar we het laatste stukje slaperigheid wegslokten met een kop koffie. Dat gold niet voor mij, ik stond al aan. De spanning voor een opname geeft mij meestal genoeg adrenaline voor een halve marathon in een kwartier tijd. We stapten in de groene PWN-auto en reden een stuk over het fietspad tot aan de witte bergen. Dit gebied is gereserveerd voor nature only. Recreanten worden geweerd. Maar het stuift ook te erg voor een picknickje. Voor de gelegenheid kregen wij toestemming om over het hek te klimmen. En toen gebeurde het. Ik gooide mijn been iets te soepel over het ijzerdraad en hoorde mijn broek scheuren. Niet een klein beetje, ik voelde de zuidwester langs m’n ondergoed tochten. 

Ik heb meestal geen verschoning mee op pad. Gelukkig was de opening – zo bleek later uit de beelden – onzichtbaar zolang ik netjes rechtop liep en niet onvoorzichtig op de hurken sprong. Onverwacht moest ik wel door de knieën omdat er wervels en ribben boven de eerste laag zand uitstaken. Een jaar daarvoor troffen kinderen daar in de buurt een schedel aan en vertelden in het jeugdjournaal over hun vondst. Het kon mogelijk gaan om slachtoffers van de Slag bij Bergen – die werd gewonnen door troepen van Napoleon. Omdat bij het afgraven ook een sintelbaan werd gevonden, was het niet ondenkbaar dat het om onfortuinlijke Duitsers ging die na de oorlog handgranaten moesten ruimen. Ik staarde naar een drietal rugwervels en een stukje schedel in mijn hand, die ik zolang de opname duurde in mijn zak meedroeg. Het zou naar een laboratorium gaan voor nader onderzoek. De boswachter had naast zijn gezag en kennis ook een beeldende passie voor zijn vak en kon urenlang boeiend en met armbewegingen vertellen totdat we de camera uitschakelden: ‘Ho maar, we hebben genoeg.’

Die avond vond ik het stukje schedel nog in de zak van mijn gescheurde broek en legde het op het nachtkastje. Daar lig je dan, onbekende. Hij die niet méér dan een stukje schedel is, legt weinig gewicht in de schaal. Maar wiens hersencellen hadden onder dat stukje pan gezeten? Gestorven in een hevige strijd? Aanvaller, verdediger? Hoe dan ook slachtoffer. En zonder loopduin nooit gevonden. Het was een veelbewogen dag geweest. Ik deed het licht uit en zei hardop: ‘Wer bist du?’ Ik wachtte een tijdje maar er kwam geen antwoord. 

’Qui es-tu?’

‘Je dis bonne nuit..’

Marion van Dam, december 2021 gepubliceerd in Flessenpost Uit Bergen

© 2022 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.