Close

Column – Borreltijd

’You have permission to anchor. But do not go ashore, I repeat, do not go ashore!’, klinkt op onze vraag of we mogen ankeren voor de Écréhous, een groep rotseilandjes even ten noordoosten van Jersey.

We waren er zo graag heengevaren maar het Britse hek bleef op slot. Met het rubberbootje zochten we ’s morgens heel stout toch even de grens op en zette ik mijn voet – bij wijze van mondkapje in een waterschoentje – aan land. Vervolgens lieten we de hoop varen en zetten koers richting Bretagne.

Na twee weken hebben we ons moyenne qua fruits du mer binnen. Oesters, dorade, moules en eigenhandig door mijn lief gevangen- en aan boord gerookte makrelen. Ook peulvruchten uit zak, blik en pot leveren ons bovengemiddeld de geadviseerde nodige vezels.

Onze reis duurt voort. We leggen het schip twee dagen droog nabij de haven van Saint-Vaast-la-Hougue om de romp van het schip schoon te boenen. Tot de enkels glijdend door de blub van het lage tij raak ik een ervaring rijker. Hoe heerlijk is het paradijselijke eiland Tatihou? Nou, heerlijk! Noteer die maar. We hebben inmiddels de hots voor de Bretonse Îles. Deze doen ons het oorspronkelijke plan vergeten; groen, geuren van tropische bloei en wakker worden in aantrekkelijke baaien. Elke ochtend starten we met een dip in het zoute nat van de Atlantische oceaan. Daar frist een slaapverkreukeld hoofd van een nacht schommelen op het hoofdkussen enorm van op.

Na een fijne dag zeilen arriveren we bij Archipel de Chausey, waar mijn lief na het ankeren roept: ‘Borreltijd!’. Ineens is daar onverwacht bezoek van de Franse douane. Maar die komen niet op de borrel. Drie man sterk stapt aan boord. We zijn er bijna een uur mee zoet. De vraag luidt of we meer dan 10.000,- euro cash of drank aan boord hebben. ‘If only’, smoezen wij naar elkaar. De douanier blijft een beetje gebukt staan in de kuip waarbij zijn geschut rechtsachter boven z’n bil hangt, exact voor mijn neus. Filmisch! Ik denk een moment.. Maar dat moment passeert. Anders had uw verslaggeefster dit misschien niet kunnen navertellen.

Elk eiland dat we aandoen overstijgt het schone van het vorige, we belopen de lieflijke Bretonse straatjes, velden en ruige kliffen, stil van de rijke bloemen- en plantenpopulatie en de vogels. Kie-aw kie-aw- kie-aw, auwauwauw, wewwewwef roepen de meeuwen collectief en het gaat zelfs in de nacht door. Het gaat meestal over eten, zoveel is zeker. 

Vandaag zijn we – vergezeld door dolfijnen – aangekomen bij Belle-Île. Die naam behoeft geen uitleg. De Fransen verkozen de haven van Belle-Île als de meest aantrekkelijke van de eigen kusten. We halen er water en boodschappen en zoeken een windgunstige en rustig gelegen baai op om te ankeren. Als we goed liggen roept hij vanaf de boeg: ‘Borreltijd!’ Even zoeken, waar hebben we de voorraad ook alweer verstopt?

Marion van Dam, juli 2021 gepubliceerd in Flessenpost Bergen en Egmond

© 2022 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.