Close

Column – Het Begin

Het is inmiddels twee weken 2021. Ik weet nog toen het 1976 werd. Het jaar waarin de eerste aflevering van Starsky and Hutch werd uitgezonden, Gustaaf zijn Sylvia trouwde, Menten verdween, Carter de presidentsverkiezingen won, China zijn eerste waterstofbom testte en ik een week op zeilkamp mocht. Een week op een eiland in de buurt van Sneek, samen met twintig eensgezinde pubermeisjes die met hun raadselachtige, non-stop gegiechel de rest van de wereld kunnen buitensluiten. Vijf jongens, slechts een paar jaar ouder dan wij, bleken de instructeurs die ons op speelse wijze de grondbeginselen van het zeilen gingen bijbrengen. Jongens, doortrokken van masculiene energie. Ik geloof dat mijn mond een week lang openstond zonder dat er iets van enige rede uitrolde. Maar vooral dromerig verliefd op het water, zette ik alle zeilen bij met een klaarwakkere blik. 

Deze happening kwam mij vorige week als in een noordelijke rukwind weer levendig voor de geest. Ik voel dat ik dat even uit moet leggen. Mijn lief is schipper van een geweldig Koopmanschip. En omdat hij nog niet heel lang mijn lief is, val ik diep in de wereld van het nautische.
‘Pak jij de fenders?’ ‘Ja.’ Ik weet ondertussen wat het zijn en waar die aan dek verstopt zitten.

In 1981 ging ik nog eens. Ditmaal gleed ik over de Friese Meren op valkjes en verbleven we met een groep jongeren in Heeg. Geen smakelijke instructeurs deze keer, slechts één stille baardmans, enkel gericht op discipline. In de houten barakken waar ook onze stapelbedden zich bevonden, was een ruimte waar we zelf kookten en ’s avonds bij kaarslicht dansten op ‘I feel love, I feel love, I feel love, I feel love, I feel love’. U kent ‘m. Bonkende, vlammende 128 BPM tot het ochtendlicht.
‘Trek jij even aan die lijn?’ ‘Deze?’ ‘Nee.’ ‘Die?’ ‘Nee.’ ‘Ik vat ‘m, je bedoelt deze.’ Al zeilend mag er natuurlijk geen verwarring ontstaan over wat je aan het doen bent dus al heeft mijn lief een stapel boeken over zeilavonturen naast mijn hoofdkussen gestapeld, ik dacht maar te beginnen met niet geheel onbelangrijke termen.

‘Kan jij even afmeren?’ ‘Zeker.’ I can do this, I can do this.. Ik werp de lijn richting de bolders op de kade. En ik doe het steeds bij-na goed. Maar als de lijn voor de derde keer z’n doel mist en te water plonst zodat ik het doorweekt omhoog moet halen, zijn mijn handschoenen voor de rest van de dag nat. Experientia docet.. Ik laat heimelijk sissend een vloek aan mijn lippen ontsnappen. Maar dat ziet hij. En lacht. ‘Pesterd’, roep ik en het is alsof ik mezelf zie staan ploeteren. Ik word melig dus slap van leden. En zo kan ik helemaal geen touwen meer gooien. Correctie, lijnen.

Nieuwjaarsochtend op Vlieland, 2021. Hoewel het ver na middernacht is, blijf ik wakker. In het vooronder lig ik stil te luisteren naar bewegend water. Een beetje als vroeger, als ik bij een vriendinnetje logeerde en nieuwe geluiden van een vreemd huis langzaamaan vertrouwder aan gingen voelen. Zo daal ik glimlachend en stilletjes af naar slaapstand en ga hogere zeeën bevaren.

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 13 januari 2021

© 2021 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.