Close

Column – Allora!

Gloeiend waargebeurd. In het kader van een recent delizioso wandeltrip in Noord Italië, leek mij dit dromerig verhaaltje wel op z’n plek. 

In 1989 reisde ik langs de tempels aan de Nijl en door de vallei der Koningen, van Alexandrië tot aan de grens van Sudan. Een stukje van mijn route was per slaaptrein. De krappe houten coupé – die recht uit het decor van een Agatha Christie-verfilming leek getild – had een smal stapelbed en zou ik moeten delen met een eventuele andere passagier. Net toen er beweging in de trein kwam, schoof een Italiaans hoofd met een bos joelende krullen om de hoek van de schuifdeur. Op zijn moeilijke blik wuifde ik met mijn hand en zei: ‘check the next’. Maar hij trok een enorme legerplunjezak de twee vierkante meter binnen, plofte erbovenop en keek tevreden in het rond. Hij was klein maar zijn ogen verraadden een grote mond. Helaas deelden we geen gemeenschappelijke taal dus de lucht viel compleet dood. Voor wie écht alles wil weten, Italianen schijnen hersenproblemen te hebben bij het spreken van Engels. Maar dat is een terzijde. 

Nog geen uur later zaten we bij het minitafeltje aan het raam met een schrijfblok en potlood te grinniken en schetsen wie we dachten te zijn. Zo ontstond een uniek communicatiesysteem, die we ons jaren later nog zouden herinneren. De trein zoefde langs veel groen, met in de verte witte woestijnheuvels en tegenover mij zat hij, de druk bewegende spraakwaterval. Een met humor doorspekte student archeologie, met al vele soloreizen op zijn naam terwijl ik voor het eerst buiten de grenzen van Europa blikte. We trokken wekenlang samen op. Vanwege die studie, had hij alle kennis van de Egyptische mythologie al onder de pet en ik wist werkelijk niks. Dus een beetje houvast in het land der sarcofagen, kwam mij wel uit. 

We raakten bedreven in onze tekeningetjes op papier maar ook in het fysiek uitbeelden. Dat kon hij goed. Bij het loopje en de tics van zijn padre, hield ik de broek haast niet droog. Bij de narrige blik van zijn zus, die de ‘omertà’ had geschonden, ook al niet. Zijn thuis, zijn studentenbestaan met vriendinnetjes, het werden bloopers uit Hints. Maar ook zag ik zijn hooggelegde lat om archeoloog, schrijver, journalist, gids, fotograaf én globetrotter te worden. Op de dag van het afscheid, hielp hij mijn rugzak volproppen. Terug in Nederland heb ik het sleuteltje ervan nooit meer kunnen vinden. 

Haast ondenkbaar nu, maar zonder Google Translate, whatsapp of zelfs e-mail, penden we een paar jaar A-viertjes vol, vertalend met de bekende Prisma’s. Uiteindelijk namen we elk een andere afslag, zo gaan die dingen. Pas in 2012 vond ik iets van zijn fotowerk via een Italiaanse beeldbank en twee weken later stond hij op Roma Ciampino airport om mij op te halen. Met een klein sleuteltje in de hand.. De korte man met lange glimmende krullen, dat in een streng over zijn rug viel. Allora! Na de laatste dag destijds, sloot onze connectie zonder enkele inspanning aan op de dagen die volgden. Samen reden we toeterend door Lazio Viterbo, nu met een pietsie meer kennis van elkaars taal. Soms gierend van de lach om krankzinnige avonturen. Soms heel stil om waar het leven minder genadig was geweest.

Die hooggelegde lat, haalde hij ondanks zijn korte postuur met gemak. Hij leeft zijn ambities en dromen, ze zijn echt allemaal uitgekomen! Op mijn tafel in Egmond ligt zijn laatstgeschreven boek, gesigneerd met een symbool van verbondenheid: ‘Non ti dimenticherò mai’ 

Mi capisci..

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 14 oktober 2020

© 2021 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.