Close

Column – Worteliaans

‘een vrouw zonder man 

mag dan een rare vogel lijken

maar haar hele bladvulling is zij,

als ’n fabriek, 

waar alle arbeiders delen in de winst

is zij’

Ondanks mijn krappe verdiensten, waaronder een magere stagevergoeding en een weekendbaantje, had ik maar één ambitie: op kamers. En zo kwam het dat ik op mijn achttiende aan de achterdeur stond van villa Kranenburgh in Bergen. Ik fietste er elke dag langs en zag de vele ramen van het oude gebouw en dacht in mijn dromerige hoop dat men daar wel één klein betaalbaar kamertje kon leegmaken voor mij. Niet erg realistisch, tenslotte was het eigendom van de gemeente en in bruikleen van kunstenares Ans Wortel, die al een poos strijd voerde daar zelf te kunnen blijven wonen.

Een paar bescheiden klopjes. En daar stond ze, een magere vrouw, lichtrode lange haren, een sigaret in de mond en er ontstond een zwaarmoedige blik in haar ogen toen ik schuchter mijn vraag stelde. Ze inhaleerde diep en nam me een paar tellen van de schoenen tot de ogen op. Toen liet ze de rook haar longen verlaten, zwaaide de deur open en maakte een come-in gebaar. Met dikke stem vervolgde ze: “Een kamer heb ik niet voor je, maar wel thee.” Ik vond haar subiet helemaal cool. We dronken thee aan de keukentafel en daarna mocht ik de vertrekken zien. Het klopte, er was geen kamer leeg. Als een muis zo zachtjes liep ik achter haar aan door het gigantische huis. Het was doortrokken van haar kunstwerken en sigarettenrook. Mijn ogen registreerden in elke hoek asbakken, hagen van schilderijen en veel, heel veel planten.

Dagen erna spookte Ans nog door mijn hoofd. Als stille wankele tiener, zonder spoor van logica op mijn levenspad, zag ik die rare vogel, vrij en onverzettelijk, met haar kritische blik op de groepsnorm. Ik had een vrouw gezien die het zelf deed. Niet omdat het niet anders kon. Maar omdat zij ervoor koos.

Toonaangevend waar het vrouwelijke kunstenaars van de Nederlandse moderne kunst betreft, maakte zij gouaches en olieverfschilderijen, aquarellen, tekeningen, collages, litho’s, etsen en sculpturen. Ze schreef literaire romans en gedichten en in 1963 won ze de eerste prijs op de Prix de la Jeunesse in Parijs voor haar grafische werk. Een vrouw van een opmerkelijke, zeldzame veelzijdigheid.

In een van haar door streektaal en rauwe openheid doorspekte boekjes schreef Ans over liefde: 

“ook nu zal ik ’t ‘wij’ niet halen
maar zo verliefd als nu,
was ik niet eerder”

Het middel kunnen koesteren zonder doel. Dan weet je wie je van binnen bent.

Op dat moment werd het juridisch duel tussen Ans en de gemeente al grimmiger. Om haar, inclusief de enorme kunstboedel uit Kranenburgh te zetten. Plannen lagen er een museum in te vestigen maar dat heeft zij nog jaren weten tegen te houden. Uiteindelijk, na een rechterlijk besluit was de keuze niet meer aan haar. Toen ze ging, zei ze nooit meer te willen terugkomen. Bergen besloot anders. Omdat Bergen zich ook een heel klein beetje schaamde. Ans is weliswaar in 1996 overleden maar in 2018 was ze tijdelijk terug op Kranenburgh, met een gevarieerd deel van haar collectie en haar verhaal. Het personeel fluisterde over onverklaarbare geluidjes en verschoven attributen in het museum. Ha, Ans spookte. En eerlijk gezegd ook af en toe nog door míjn hoofd. En daarom deze column, met een hele bladvulling zij.

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 22 juli 2020

© 2021 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.