Close

Column – Beschaving

Kort geleden fietste ik door de duinen richting het strand en bereikte hijgend en zwetend zo’n hoge duintop, waar het altijd ferm tegenop trappen is. Ik haalde de voeten van de pedalen en liet mij moeiteloos downhill zoeven. Op hetzelfde moment zag ik vanuit mijn linkeroog een Exmoorpony aan komen galopperen die binnen enkele seconden vóór mij het fietspad zou kruisen. Waanzinnig mooi! Het leek wel een film in slowmotion, zo sierlijk bewogen de benen en wapperden de manen. Ik schrok me dan ook wild toen ik plots werd ingehaald door een pijlsnelle mountainbiker. 

Binnen die luttele seconden maakte mijn brein de kansberekening op het lot der man zowel paard en aan de slingerende beweging van de mountainbiker te zien, deed hij eenzelfde poging. Voor het paard kan ik niet spreken maar de man koos voor vluchten in plaats van bevriezen. De manoeuvre die volgde was zo mogelijk nog filmischer dan een hollend paard. Terwijl zijn ogen links het naderend dier volgden, sloeg hij met wilde hobbelende gang rechts het duin in. Zijn lot werd vanaf daar genadeloos bepaald door een meeting met eikenboompjes en duindoorntjes. Ja mensen, avontuur bestaat nog.

De Exmoor kwam met de schrik vrij en ik moest even op adem komen in een duinpannetje. Al liggend viel mijn oog op groene plastic zakjes, verstopt in de schaduw van een struik. Niet één maar wel vijf of zes. Even dacht ik niks want poep hoort in een groen zakje. Maar twee seconden later vroeg ik mij af welke filosofie er zit achter een poepzakje vullen en die vervolgens onder een struik achterlaten. Nu val ik onder de stille rapers, al snap ik de benaming niet helemaal want ik verwens de vervuiler meestal hardop. Onder het coronavuil in de natuur, vind ik opmerkelijk veel wc-papier en tissues. Riekt dat naar ‘number two’ in het wild? Want ho, dat raap ik niet. Ik heb een vriendin die tijdens een wandeling steevast wil plassen. Dan zegt ze: “Kijk jij of er iemand aankomt”, en rent een meter of vijf het bos in. De grap is natuurlijk om even te wachten tot zij de broek op de enkels heeft en de blaasspier los, en dan te roepen: “Joggerrr!”. Dat terzijde.

De scene van het bijna-ongeluk herhaalde zich in m’n hoofd. De mountainbiker zat vrijwel zeker thuis te friemelen met pincet en een desinfecterend spulletje. En de Exmoorpony vertelde zijn kudde een wazig verhaal over een onbeschaafde vlegel die hem had belaagd. De kans bestaat dat hij daar weinig gehoor kreeg. Ik dacht: goed, niemand dood. Maar wat als dat prachtige dier, of een Schotse Hooglander, of een vogel de groene zakjes tegenkomt en het in een malle bui opeet?

Heel eerlijk? Ik ben een wildplasser. Vijf meter het bos in, meestal zonder uitkijk. Ik vermoed dat de geur der natuur stimulerende stofjes aanmaakt. Natura Artis Magistra. De natuur is sterker dan beschaving.

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 4 juli 2020

© 2021 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.