Close

Column – De professional

Met schop, bamboestokken, sisaltouw en zaden, stappen we de tuin in. We gaan groenten zaaien. De rabarber, bessen en aardbeien zijn zelf al begonnen. Hij die iedere bol, knol en bloem met aandacht en liefde overlaadt, is gaan zitten op een zelfgefabriceerde bank en koestert zich in de zon. “Oke..nu voel ik een verwachting”, zeg ik. Hij glimlacht en laat via wat armbewegingen zien waar en wat en ik neem de schop ter hand. Bij de eerste trap in de aarde hoor ik achter mij: “Wacht eens, dat doe je helemaal niet goed”. Ik zet de schop voor hem neer: “Hier, lekker zelf doen dan”. En niet om het een of ander maar nog geen half uur later is de klus geklaard en kan alles de grond in. Hij is de professional. Zijn wijze is de beste, nee de enige. Daar krijg je geen wissel meer op.

Zijn 96-jarige gluteus maximus, hamstrings, quadriceps en alles daar zo’n beetje lager, strekken soepel in de intensieve vooroverbuiging als hij in de tuin wroet. Indrukwekkend. Ik zeg je, daar is menig yogi jaloers op. Zo lenig en snel zie ik die een dertiger zelden maken. 

Zolang ik mij kan herinneren, was het ‘koolrapen, lof, schorseneren en prei’. We aten het hele jaar door uit de tuin. Deels uit noodzaak maar toen we allemaal op kamers woonden, werd die tuin een zeer geordende lusthof van groenten, fruit en plukbloemen. En iedereen profiteerde mee. Mijn kamergenootjes keken op als bij thuiskomst een zak sperziebonen vergezeld van rode bessen en een bos dahlia’s aan de deurklink hing. Dan had hij weer een rondje NH gefietst. Lief. Dat hij in één moeite door, onze tuin ontdeed van wat híj als onkruid betitelde, kon ik hem daarom vergeven.

Want ik heb ook een wijze. Een eigen wijze. Van mij mag een tuin een stuk natuur zijn, barstensvol alles. Met gelijke rechten in de strijd om ruimte en licht voor alles dat groeit, bloeit, woekert, vliegt, kruipt en kriebelt. De natuur beslist. In mijn paradijs is het leven onbekommerd en ongebaand. Maar misschien ben ik gewoon lui.

De dag voordat we in Nederland nergens meer in, op, bij en aan mochten komen liep ik via een doodgelegd Damrak naar Van Gogh museum, speciaal voor de expo van boerenschilder Millet. Eén doek sprong er voor mij uit. Een blonde knaap maait hoog gewas met een zeis – een klassieker. Ik heb me eraan gewaagd, en het ding ter hand genomen om de slootkant te maaien. Dat viel nog tegen. Het vereist namelijk nèt die exacte handgreep en een bepaalde zwaaislag in een bijna zwevende beweging die het gewas breekt. Op een afstandje stond de professional – in zijn jonge jaren net zo’n blonde knaap. Gaandeweg mijn vruchteloze zwaaibewegingen, riep hij luid hoe het wèl moest. Tot als bij verrassing de brandnetels voor mijn voeten wegzoefden. Ik riep: “kijk, kijk nou!”. Maar niemand keek en vier slagen later leek m’n talent me weer te hebben verlaten. Ik beulde en beulde maar je snapt, ik deed het he-le-maal fout! De volgende ochtend voelde ik met name de tri- en de biceps brachii en alles daar zo’n beetje lager. 

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 27 mei 2020

© 2021 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.