Close

Column – De Afleiding

Werk ik in mijn vrije tijd of speel ik in de baas zijn tijd? Vraagstuk bij Van Kooten en De Bie in ‘Thuiswerken’ uit 1986. Thuiswerkende Bie rent heen en weer van z’n speelgoedtreinkamer naar werkdesk wanneer de telefoon rinkelt. Hij heeft een fax verzonden naar kantoorklerk Koot die er na 3000 printjes een tikfout in ontdekt. Bie roept: ‘Hoe kan dat nou gebeuren? Het gaat hier goed de deur uit. Dat foutje zit toch echt bij jou!’

Op een snelle kop koffie met opdrachtgever en wat wiebelige beeldbelgesprekjes na, is thuiswerken in huisje weltevree op ’t Woud al een poosje de relaxte realiteit. Met veel speelruimte, los van deadlines en een agenda die niets dan zie-maar-wanneer-je-tijd-hebt uitstraalt, heb ik alles onder controle. Drijvend op het geluk van een overzichtelijk en gedoseerd gevuld hoofd.

En dan de zoete afleiding.. In mij laten afleiden ben ik heel goed. Al op mijn basisschoolrapport stond jaarlijks dezelfde aantekening: Marion is niet bij de les en staart door het raam naar de vogeltjes. Welnu. Eén fluiter in de wilgenboom en…waar hadden we het ook alweer over? 

Niet alleen die vogel maar ik zie mollen die het perceel ondergronds stil maar vastberaden overnemen, bij het hek een koe, tweehonderd meter verder een paard en ach, daar loopt mijn grapjurk van een buurman.

Tót in de werk-app een onophoudelijke stroom aan berichten binnendendert, van slechts één collega die het tempo er stevig overspannen in lijkt te hebben en er de titel bloedspoed aan geeft. Nee zeg, schei uit. Ik voel een rotbui optrekken als zeedamp over het duin. Als ik zo’n bui heb, ga ik in de negeer-stand. Maar dan wel liever zo, dat het niemand ontgaat. 

Nog voor ik mijn mascara en een knappe blouse heb gevonden, gaat de telefoon. M’n rugwervels trekken strak, m’n hartslag versnelt. Iemand kijkt mij intens aan vanaf het schermpje. Ik herken direct een corona-kapsel. Zelf geverfd maar knippen niet aangedurfd. ’Kalm, ik heb het allemaal onder controle’, zeg ik. Mijn blik verschuift naar het desk dat zich achter hem bevindt. Doorgaans mijn desk. Ik herken de banaan die ik twee weken geleden naast het toetsenbord heb laten liggen. 

‘Ik heb het onder controle’, zeg ik nog eens, terwijl mijn vinger zich speels vanachter de telefoon naar het scherm beweegt. Aah jammer, einde van de verbinding, wat gek. ’Hoe kon dat nou gebeuren?’, appt hij razendsnel achter de verbroken verbinding aan. ‘Weet niet, hier ging niks mis’, app ik terug. ‘Dus dat foutje zit bij jou’. Ik ga de beer in de ogen kijken en de bloedspoed aan. En daarna spelen in mijn vrije tijd.

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 13 mei 2020

© 2022 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.