Close

Column – Privileges

Zoals geschiedliefhebbers en bewoners in onze gemeente bekend, was het duingebied ten noorden van Egmond tot 1992 particulier bezit en gesloten jachtdomein van de adellijke Six van Wimmenum. Je weet wel, voorouders van die jonge aristocratische kunsthandelaar Jan Six en het mysterie van de discutabele Rembrandt. Dat terzijde. Het tuinpad van mijn vader en zijn bollenland, grensde aan exact dat duingebied maar hoe verleidelijk ook, wij kindertjes mochten er niet komen. Dat deden we stiekem wel, daar waren we natuurlijk precies kindertjes voor. De daar aangestelde jachtopziener Jaap nam zijn taken echter ernstig en joeg elke onverlaat met een grom en zijn hond het duin uit. 

Nu was het zo dat op de bollenvelden legio aan konijnen en hazen rondhipte dat zich ’s nachts niet door een gaashekje liet beletten onze groententuin leeg te knagen. Mijn vader stond zodoende toe dat Jaap z’n jagersbloed inzette en zo nu en dan een boutje schoot. Daar stelde hij tegenover dat het duingebied voor ons toegankelijk moest zijn om bijvoorbeeld naar het strand te lopen. Middels een hoofdknik – zoals alleen buitenmannen met eelthanden dat kunnen – werd die deal gesloten. Pa zei ons: ‘en als Jaap jullie het duin uitstuurt, zeg je maar dat je er eentje van van Dam bent’.

Zo kwam het voor dat we tijdens ons spel weleens onverwachts werden verrast met een fiks: ‘wat moet dat?’. Jaap was een snelle, atletische man die onzichtbaar leek tot hij naast je stond. Tel daar een kort aan de lijn gehouden grauwende bouvier bij op en wij hadden al zeven kleuren in de broek. Ik zou er alles voor geven om onze gezichtjes nog eens te zien wanneer we papa’s instructies volgend, met timide stemmetjes herhaalden: ’wij zijn van van Dam..’. Maar dan was er ook subiet geen streep meer aan de lucht, Jaap draaide zich zwijgend om en verdween als een spook in de nacht. Wij hervatten onze ademhaling en het spel. 

Soms kwamen we thuis van school en hing er een geschoten konijn of fazant aan de deurklink, een vriendelijk gebaar van Jaap. Mijn moeder kreunde dan een ‘o nee..’ Maar pa wist er wel raad mee; ’s avonds stond er een pan met gesudderd beest op tafel. Wat kan ik zeggen, ik ben er een grote meid van gegroeid maar eenmaal het nest verlaten, heb ik ‘de vader, de zoon en de heilige geest’ nooit meer gepreveld voor iets dat is doodgemaakt.

Marion van Dam, gepubliceerd in Flessenpost uit Bergen, 29 april 2020

© 2022 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.