Close

Column – Hoeve Wimmenum

‘Ome Wim, mag deze alstublieft blijven? Hij is zoo lief..’ Ome Wim had het zichtbaar zwaar en dat kwam niet omdat er drie kinderen aan z’n vaalblauwe overall hingen maar omdat er drie smékende kinderen aan z’n vaalblauwe overall hingen. Het was niet leuk ons te moeten zeggen dat het zojuist geboren kalf een genadeloos vonnis wachtte omdat het – balen! – weer een jongetje was. Zo zagen wij al vroeg de schijnromantiek die aan het boerenbestaan kleeft.

De boerderij van ome Wim was er een zoals uit een kinderboek. Kikkerslootjes langs de groene weiden, vergane schuren, hooizolders, bedsteeën, een fruitboomgaard en een keur aan beesten. We renden door de weilanden of in de stal tussen de koeien en kenden er tal bij naam en bij karakter. Ras: knuffelkoe. Zo was er Marie, herkenbaar aan de bult onder haar kin. ‘Kijk, dan moet je even hier voelen, ja dit is Marie!’ 

In de zomer werden er een paar zomerhuisjes op het erf verhuurd aan Amsterdamse gezinnen. Wij noemden ze badgasten. Het leverde ons opwindende vakantievrinden op omdat zij zo’n lekkere grote stadse bek op konden zetten waar wij met onze welopgevoede provinciaalse bescheidenheid wel wat van konden leren. Maar als het vee met onze hulp over een stuk autoweg naar een andere wei moest, keken de Amsterdammertjes met een blik vol ontzag want zij waren per definitie bang van alles wat boe en mèh zei.

Koeien, ik word nog altijd kalm van dat eindeloos kauwen en herkauwen met die snuivende, natte, malende snoeten. Volgens een recent artikel in een Engelse krant, vond een Australische onderzoeker uit dat precies als elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, ook de koe haar eigen geluid voortbrengt. Waar wij geestelijk beperkt boe roepen aan het damhek, communiceert de koe middels individuele vocale kenmerken zeer gedetailleerd met haar kuddegenoten. Of het gras een beetje te vreten is, over vrouwelijke ongemakjes, een roddel over de boerin of misschien gekonkel over de plek aan de ruif. Want ook in koeienland is het niet altijd pais en vree, daar hoef je geen Australische onderzoeker bij te halen.

Met de stadse badgasten, boerenknechten en wie maar zin had, werd op zomeravonden nog al eens verstoppertje gespeeld. Nee, maar dan echt hè, zo’n avondvullende happening waarbij het voorkwam dat na afloop niet iedereen gevonden was. Mijn favoriete plek was in de enorme kastanjeboom. Of ik liet me zakken vlak onder de rand van de mestsilo, om er te laat achter te komen dat ik daar niet zelfstandig meer uit kon klimmen en waarna ik m’n teenslippers vervolgens traag in een decimeter koeienkak zag zinken. Ook heb ik me met zo’n stads bekje eens liggend bovenop een enorme stapel hooibalen in de dors verstopt. Ik weet niet hoe het zo kwam maar het hooi begon plots langzaam te wijken en we maakten een vrije val terwijl de balen als harde klappen op ons neerdaalden. Heb je ooit beleefd dat lang overleden familieleden in een flits voorbijkwamen? Nou dat, die avond. Maar we waren niet dood! Wat erger prikte dan de builen en schrammen, was ome Wim zijn vonnis. De badgast werd kwijtgescholden maar ik mocht een week lang niet komen spelen. Au.

De boerderij was na de bouw in 1881 drie generaties lang in mijn familie. Toen ome Wim afzwaaide hebben de huidige eigenaars het pand prachtig en overeenstemmig de authentieke staat gerenoveerd. Het doet nu al jaren dienst als veelzijdig spiritueel centrum de Cynham, wat ‘goede plek’ betekent. Bij lieve eigenaresse Heleen op de koffie, praten we niet over koetjes en kalfjes. Het is tenslotte een spiritueel centrum. Maar wanneer zij vertelt over de naderende val van de anderhalve eeuw bejaarde kastanjeboom, zie ik een opening om een heel stel ouwe koeien uit de sloot te halen. 

Marion van Dam – 18 februari 2020 gepubliceerd in Flessenpostuitbergen.nl

© 2020 Marion van Dam | WordPress Theme: Annina Free by CrestaProject.